Bijzondere manoeuvres en richting aangeven
| Wat de regel is | Waar het misgaat | Wat je doet | |
|---|---|---|---|
| Wie het overige verkeer voor laat gaan | Art. 54: wie een bijzondere manoeuvre uitvoert, laat het overige verkeer voor gaan. Altijd degene die de manoeuvre doet, nooit andersom. | Verwachten dat men jou binnenlaat omdat je richting aangeeft. Een richtingaanwijzer vraagt niets af te dwingen: hij meldt een voornemen, de plicht blijft bij jou. | Uitgaan van «ik wacht op iedereen» in plaats van te zoeken wie van rechts komt. |
| Welke manoeuvres het zijn | Acht met name genoemd: wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden, van rijstrook wisselen. | De lijst voor volledig houden. De wet zegt «zoals»: hij geeft voorbeelden, niet de hele verzameling. Wat er niet staat kan er toch onder vallen. | Bij twijfel de eigen handeling toetsen aan de opsomming — die begint met «zoals» en is dus niet gesloten. |
| Wanneer je richting aangeeft | Art. 55: bij wegrijden, inhalen van een motorvoertuig, de doorgaande rijbaan oprijden en verlaten, van rijstrook wisselen — en bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen. Bromfietsers mogen ook met de arm. | Alleen bij afslaan knipperen. De tekst noemt afslaan niet eens apart — hij noemt de zijdelingse verplaatsing, en dat is veel breder. | Richting aangeven vóór de beweging, ook bij wegrijden vanaf de stoep. |
| Voorsorteren | Art. 17 lid 1: wie wil afslaan MAG voorsorteren — naar rechts door tijdig zoveel mogelijk rechts te gaan rijden. Het is een recht, geen plicht. | Voorsorteren verwarren met voorrang. Het verandert je positie, niet je rechten: bij het afslaan zelf geldt art. 18. | Tijdig gaan staan waar je heen wilt, zodat anderen je bedoeling zien voordat je stuurt. |
| Afslaan | Art. 18 lid 1: wie afslaat laat voorgaan wie hem op dezelfde weg tegemoet komt, én wie zich naast of dicht achter hem bevindt — links én rechts. | Alleen naar de tegenligger kijken. De tekst noemt óók wie naast of dicht achter je rijdt — de fietser rechts van je bij het rechtsaf slaan. | Vóór het insturen naar de zijkant kijken — juist daar rijdt wie art. 18 beschermt. |
De wet zelf
- RVV1990 art. 54
«Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan.»
- RVV1990 art. 55
«Bestuurders van een motorvoertuig respectievelijk bromfietsers moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven respectievelijk een teken met hun richtingaanwijzer of met hun arm geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen.»
- RVV1990 art. 17 lid 1
«Bestuurders die willen afslaan, mogen voorsorteren door: a. indien zij naar rechts willen afslaan tijdig zoveel mogelijk aan de rechterzijde te gaan rijden; b. indien zij naar links willen afslaan tijdig zoveel mogelijk tegen de wegas te rijden of bij rijbanen bestemd voor bestuurders in één richting daarop zoveel mogelijk links te houden.»
- RVV1990 art. 18 lid 1
«Bestuurders die afslaan, moeten het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechts dicht achter hen bevindt, voor laten gaan.»
Gecontroleerd op: