Kwetsbare weggebruikers — wie je voor laat gaan
| Wat de regel is | Waar het misgaat | |
|---|---|---|
| Voetganger op het zebrapad | Art. 49 lid 2: je laat voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan die oversteken OF kennelijk op het punt staan dat te doen. | Wachten tot iemand al op de weg staat. De wet noemt óók wie «kennelijk op het punt staat» over te steken — de plicht begint bij de stoeprand, niet op het asfalt. |
| Blinden en slecht ter been | Art. 49 lid 1: blinden met een WITTE STOK met een of meer RODE RINGEN, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen — altijd voor laten gaan. | Deze plicht aan het zebrapad koppelen. Lid 1 noemt geen plaats: hij geldt overal op de weg, ook zonder oversteekplaats. |
| Inhalen bij het zebrapad | Art. 12: vlak vóór of op een voetgangersoversteekplaats mag je niet inhalen. Onvoorwaardelijk. | Langs een auto rijden die voor het zebrapad stopt. Dat is precies de situatie waarin iemand achter die auto vandaan stapt. |
| In- en uitstappende passagiers | Art. 52: wil je een stilstaande tram of autobus passeren aan de instapzijde, dan moet je de passagiers daartoe gelegenheid geven. | Alleen aan de tram denken. De tekst noemt tram én autobus, en de instapzijde kan links zijn — bij een tram midden op de weg. |
| Loslopend vee | Art. 51 lid 1: rij- of trekdieren en vee mogen niet zonder toezicht op de weg loslopen. De plicht ligt bij wie ze houdt. | Denken dat het jouw probleem niet is. Voor de bestuurder blijft art. 19 gelden: je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien. |
De wet zelf
- RVV1990 art. 49 lid 1
«Bestuurders moeten blinden, voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan.»
- RVV1990 art. 49 lid 2
«Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.»
- RVV1990 art. 52
«Bestuurders die een stilstaande tram of autobus willen voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen, moeten aan hen daartoe gelegenheid geven.»
- RVV1990 art. 12
«Het is verboden een voertuig vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats in te halen.»
- RVV1990 art. 51 lid 1
«Het is verboden rij- of trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen.»
Gecontroleerd op: