Markeringen op het wegdek
| Wat het betekent | Mag je eroverheen | Waar het misgaat | Wat je doet | |
|---|---|---|---|---|
| Doorgetrokken streep | Art. 76 lid 1: een doorgetrokken streep die NIET langs de rand van de rijbaanverharding ligt, mag niet worden overschreden. De streep langs de kant van de weg valt er dus buiten. | Nee, behalve in de drie gevallen van lid 2 | Denken dat er geen uitzonderingen zijn. Art. 76 lid 2 noemt er drie, en de tweede is de belangrijkste: ligt aan JOUW kant een onderbroken streep, dan mag je de doorgetrokken streep wél overschrijden. | Hem niet overschrijden — behalve in de gevallen die art. 76 lid 2 zelf noemt, waaronder een onderbroken streep aan jouw zijde. |
| Onderbroken streep | Zij verbiedt niets uit zichzelf. Sterker: staat zij aan jouw kant naast een doorgetrokken streep, dan heft zij het verbod van lid 1 op (art. 76 lid 2 onder b). | Ja | «Onderbroken, dus inhalen is toegestaan» — niet altijd. De streep staat het toe, maar een bord, een kruising of een zebrapad kan het nog steeds verbieden. | Overschrijden mag, maar de overige regels blijven — inhalen alleen als het veilig en toegestaan is. |
| Blokmarkering | Blokken die een invoegstrook of uitrijstrook van de doorgaande rijbaan scheiden. Art. 11 lid 4 geeft haar één eigen regel: wie rechts van haar rijdt, mag wie links van haar rijdt rechts inhalen. | Ja, zij is geen doorgetrokken streep | Haar aanzien voor een verbod. Zij scheidt stroken en maakt juist rechts inhalen mogelijk — het enige plek waar dat mag. | Rechts ervan blijven; wie links ervan rijdt, mag jou rechts inhalen en dat is normaal. |
| Stopstreep | Art. 79: waar stoppen op grond van dit besluit verplicht is, moet je vóór de stopstreep stoppen. Zij markeert de plaats, niet de plicht. | Alleen als je niet hoeft te stoppen | Haar zoeken in artikel 78. Dat gaat over voorsorteerstroken; de stopstreep staat in artikel 79. | Ervoor stoppen wanneer een andere bepaling stoppen voorschrijft — de streep zegt waar, niet of. |
| Haaientanden | Art. 80: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Driehoeken met de punt naar jou toe. | Ja, na voorrang verlenen | Haaientanden verplichten niet tot stoppen. Is de kruisende weg leeg, dan mag je doorrijden — dat is het verschil met bord B7. | Voorrang verlenen aan het verkeer op de kruisende weg; stoppen hoeft alleen als dat nodig is. |
| Tijdelijke markering | Art. 63a: tijdelijk aangebrachte verkeerstekens op het wegdek gaan boven de andere tekens op datzelfde wegdek, voor zover zij onverenigbaar zijn. | Volg de tijdelijke, negeer de oude | Zeggen «geel gaat boven wit». De wet noemt geen kleur, maar TIJDELIJKHEID (art. 63a); geel is in de praktijk de kleur van tijdelijke markering, niet de regel zelf. | De tijdelijke lijnen volgen en de vaste negeren waar ze botsen. |
De wet zelf
- RVV1990 art. 76
«Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden.»
- RVV1990 art. 76 lid 2
«Het eerste lid is niet van toepassing: a. indien de streep wordt overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten;»
- RVV1990 art. 11 lid 4
«Bestuurders die zich rechts van een blokmarkering bevinden mogen bestuurders die zich links van deze markering bevinden rechts inhalen.»
- RVV1990 art. 79
«Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht.»
- RVV1990 art. 80
«Haaientanden hebben de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.»
- RVV1990 art. 63a
«Tijdelijke geplaatste of toegepaste verkeerstekens op het wegdek gaan boven ter plekke aangebrachte andere verkeerstekens op het wegdek, voor zover deze verkeerstekens onverenigbaar zijn.»
Gecontroleerd op: