Zicht vanaf de bestuurdersplaats
| Wat de regel eist | Waar het misgaat | |
|---|---|---|
| Spiegels | Auto's van na 25 januari 2010: linker- én rechterbuitenspiegel én binnenspiegel. Ziet de binnenspiegel niets nuttigs — bijvoorbeeld bij een bestelwagen zonder achterruit — dan hoeft hij niet (lid 2). | Denken dat drie spiegels altijd verplicht zijn. De datum van ingebruikname bepaalt het, en de binnenspiegel kent een uitzondering. |
| Ruitenwissers | Goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder VOLDOENDE UITZICHT geeft. Bij de keuring volstaat één werkende stand, de intervalstand niet meegerekend. | Naar de wissers kijken in plaats van naar het resultaat. De eis is niet «ze bewegen» maar «ze geven voldoende uitzicht» — een versleten rubber voldoet niet. |
| Ruitensproeier | Verplicht voor auto's die na 30 september 1971 in gebruik zijn genomen. Een aparte eis naast de wissers, niet hetzelfde. | Met een lege sproeierbak rijden. Zonder water maakt de wisser de ruit juist blinder — dat is precies de situatie waarin je niets meer ziet. |
| Ontdooiing en ontwaseming | Auto's van na 30 september 1971 moeten een goed werkende installatie ter ONTDOOIING en ONTWASEMING van de voorruit hebben. Twee functies in één eis. | Rijden met een klein gaatje in het ijs of de damp. De eis geldt de hele voorruit; een kijkgat is geen zicht. |
| Voorruit en zijruiten | De voorruit en de zijruiten NAAST DE BESTUURDERSPLAATS mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen. De ruiten achterin vallen buiten deze eis. | Denken dat een steenslag «ergens in de ruit» altijd mag. In het zichtveld van de bestuurder gelden de strengste eisen uit bijlage VIII. |
De wet zelf
- RegelingVoertuigen art. 5.2.45 lid 1
«Personenauto's in gebruik genomen na 25 januari 2010, moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel, een rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.45 lid 2
«Indien met de in het eerste lid bedoelde binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien, behoeft deze niet aanwezig te zijn.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.43 lid 1
«Personenauto's met een voorruit moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder voldoende uitzicht geeft.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.43 lid 2
«Personenauto's met een voorruit, die na 30 september 1971 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.44
«Personenauto's met een voorruit, die na 30 september 1971 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.42 lid 1
«De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto's mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.42 lid 2
«De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto's mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.»
Gecontroleerd op: