Tram en autobus

Wat de regel zegtWaar het misgaat
Voorrang op kruispuntenDe tram is een UITZONDERING op de rechtsregel: bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram — ook als de tram van links komt.Hieruit «de tram gaat altijd voor» maken. De uitzondering staat in art. 15 en gaat over KRUISPUNTEN; verkeerslichten (art. 64) en aanwijzingen (art. 82) blijven boven haar staan.
De tram slaat afArt. 18 lid 1 en lid 2 — de plicht van de afslaande bestuurder om tegemoetkomend verkeer en verkeer naast of dicht achter hem voor te laten gaan — gelden NIET voor de tram.Naast een afslaande tram blijven rijden in de veronderstelling dat hij jou voor moet laten gaan. Hij hoeft dat niet, en zijn achterkant zwaait naar buiten.
Passagiers stappen in of uitVoorbijrijden aan de instapzijde mag alleen als je de passagiers de GELEGENHEID geeft in en uit te stappen. Geldt voor tram én autobus.Alleen aan de tram denken. Art. 52 noemt de autobus in dezelfde zin, en bij een bus zonder halte-eiland stappen de passagiers rechtstreeks de rijbaan op.
De bus vertrekt van de halteBINNEN de bebouwde kom moet je een autobus gelegenheid geven weg te rijden, ZODRA hij dat met zijn richtingaanwijzer kenbaar maakt. Militaire colonnes en uitvaartstoeten uitgezonderd (lid 2).Twee grenzen vergeten. Buiten de bebouwde kom geldt dit NIET, en zonder richtingaanwijzer evenmin: dan is het gewoon invoegend verkeer dat jou voor moet laten gaan.
Tram/buslichtenWit licht of wit knipperlicht: doorgaan. Geel: stop, met dezelfde uitzondering als bij gewone lichten. Rood: stop.Wit voor «uit» of «buiten werking» aanzien. Wit is hier het GROEN van deze lichtenreeks — een aparte kleurentaal voor tram en lijnbus.
Busstrook en bushalteBoven de strook betekent «BUS»: alleen lijnbus en autobus; «LIJNBUS»: alleen lijnbus. Stilstaan is verboden op de rijbaan LANGS een busstrook en bij het bord bushalte — binnen de geblokte markering, of zonder markering binnen 12 meter van het bord.Denken dat het verbod op de busstrook zelf slaat. Art. 23 lid 1 onderdeel f verbiedt stilstaan op de rijbaan ERNAAST — juist daar waar jij «even» zou willen stoppen.

De wet zelf

  • RVV1990 art. 15 lid 2

    «Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen: a. bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg; b. bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram.»

  • RVV1990 art. 18 lid 3

    «Het eerste en het tweede lid gelden niet voor bestuurders van een tram.»

  • RVV1990 art. 52

    «Bestuurders die een stilstaande tram of autobus willen voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen, moeten aan hen daartoe gelegenheid geven.»

  • RVV1990 art. 56 lid 1

    «Binnen de bebouwde kom moeten bestuurders aan bestuurders van een autobus de gelegenheid geven van een bushalte weg te rijden, wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen om weg te rijden kenbaar maakt.»

  • RVV1990 art. 56 lid 2

    «Het eerste lid geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen.»

  • RVV1990 art. 70 lid 1

    «Bij tram/buslichten betekent: a. wit licht of wit knipperlicht: doorgaan; b. geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; c. rood licht: stop.»

  • RVV1990 art. 73

    «Bij rijstrooklichten betekent: a. groene pijl of maximumsnelheid, aangeduid door bord A3 van bijlage I: de rijstrook mag worden gebruikt; b. rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt. De vluchtstrook mag alleen in noodgevallen worden gebruikt; c. witte pijl: voorwaarschuwing rood kruis;»

  • RVV1990 art. 23 lid 1

    «De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: a. op een kruispunt of een overweg; b. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; c. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan; d. in een tunnel; e. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord; f. op de rijbaan langs een busstrook en g. langs een gele doorgetrokken streep.»

Gecontroleerd op: